Begrippenlijst voor schrijven en taal

Korte, heldere uitleg van termen die je tegenkomt bij een werkstuk, scriptie, brief of e-mail, elk met een link naar de tool of gids die erbij past.

Samenvatting

Deze begrippenlijst legt 32 termen uit die Nederlandstalige schrijvers vaak opzoeken, van parafraseren, plagiaat en bronvermelding tot het Groene Boekje, d of dt, het lidwoord, signaalwoorden, register en de AI-checker. Elke definitie telt 40 tot 60 woorden, is met AI-hulp opgesteld en gecontroleerd aan de Woordenlijst Nederlandse Taal en Taaladvies.net. Bij elke term staat de AdeptWrite-tool waarmee je het meteen in je eigen tekst toepast.

’t kofschip ’t fokschaap

Een ezelsbruggetje voor de spelling van de verleden tijd van zwakke werkwoorden. Eindigt de stam van het werkwoord op een van de medeklinkers van ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan schrijf je -te of -ten, anders -de of -den. Voorbeelden: je werkte, maar je speelde. Het geldt voor de stam, niet voor het hele woord.

Abstract samenvatting van een artikel

Een korte samenvatting van een wetenschappelijk artikel of een scriptie, vaak 150 tot 250 woorden, die vooraan staat. Het noemt de vraag, de methode, de belangrijkste resultaten en de conclusie. Je schrijft het als laatste, in volledige zinnen en zonder verwijzingen, zodat lezers snel kunnen beslissen of het hele stuk relevant is.

Alinea paragraaf

Een tekstblok van meerdere zinnen over één gedachte, door een witregel of inspringing gescheiden van de rest. Een goede alinea heeft een kernzin, uitwerking en vaak een afsluitende zin. Hoe lang een alinea moet zijn, hangt van de tekstsoort af; op een scherm werken kortere alinea’s beter. Zie Hoe lang is een alinea?.

APA-stijl APA 7

Een stijlgids voor bronvermelding van de American Psychological Association, in veel hbo- en wo-opleidingen in Nederland en Vlaanderen de standaard. APA werkt met auteur-jaarverwijzingen in de tekst en een alfabetische lijst achteraan. De zevende editie bepaalt hoe je auteurs, jaartallen, titels en doi’s noteert. Lees ook APA 7 in het Nederlands.

Groene Boekje Woordenlijst Nederlandse Taal

De bekende naam van de Woordenlijst Nederlandse Taal, die de Nederlandse Taalunie uitgeeft en die de officiële spelling vastlegt. Overheid en onderwijs in Nederland en Vlaanderen volgen haar. Je kunt de lijst gratis raadplegen op woordenlijst.org. De spellingcontrole van AdeptWrite gebruikt de open OpenTaal-lijst, die tegen de Woordenlijst is getoetst.

Homofoon gelijk klinkend woord

Een woord dat hetzelfde klinkt als een ander woord maar anders is geschreven en een andere betekenis heeft, zoals hart en hard, of bot en bod. Omdat je het verschil niet hoort, herkent een spellingcontrole een verkeerd gekozen woord vaak niet. Lees de zin dus nog eens door op zulke fouten. Zie Homofonen.

Hoofdletter kapitaal

De grote letter waarmee een zin begint en waarmee je eigennamen, zoals Amsterdam of Taalunie, schrijft. Maanden, dagen en windrichtingen krijgen in het Nederlands geen hoofdletter, talen en nationaliteiten wel (Nederlands, Frans, Vlaams). Titels van boeken en artikelen krijgen er alleen één aan het begin. Zie Hoofdletters in het Nederlands.

Kernzin hoofdgedachte van een alinea

De zin waarin de hoofdgedachte van een alinea staat, meestal als eerste of tweede zin. De rest van de alinea werkt die gedachte uit met uitleg, voorbeelden of argumenten. Wie alleen de kernzinnen van een tekst leest, krijgt een goed beeld van het betoog. Een alinea zonder kernzin mist meestal richting.

Koppelteken afbreekstreepje

Het korte streepje (-) dat delen van een woord verbindt, bijvoorbeeld in bijna-ongeluk, Noord-Holland of AI-checker. Je gebruikt het bij samenstellingen met een afkorting, bij botsende klinkers en wanneer de leesbaarheid anders lijdt. Het is iets anders dan het gedachtestreepje, dat langer is en tussen spaties staat. Lees meer in Koppelteken of streepje?.

Leesbaarheid Douma-formule

De mate waarin een lezer een tekst moeiteloos begrijpt. Ze hangt af van woordkeuze, zinslengte en opbouw. Voor het Nederlands gebruikt AdeptWrite de formule van Douma, een aangepaste Flesch-formule. Zo’n score is een richtlijn op basis van woord- en zinslengte, geen oordeel over inhoud of stijl. Kortere zinnen en gangbare woorden verhogen meestal de leesbaarheid.

Lidwoord de of het

Het woordje dat voor een zelfstandig naamwoord staat: de, het of een. Het bepaalde lidwoord is de of het, het onbepaalde is een. Of een woord de- of het-woord is, moet je meestal leren; meervouden zijn altijd de-woorden en verkleinwoorden altijd het-woorden. De gids De of het? geeft vuistregels.

Lijdende vorm passieve zin

Een zinsconstructie waarin het onderwerp de handeling ondergaat, met een vorm van worden of zijn en een voltooid deelwoord: "De brief wordt verstuurd." De bedrijvende vorm noemt de uitvoerder als onderwerp: "Het secretariaat verstuurt de brief." Veel lijdende zinnen maken een tekst afstandelijk. Zie Lijdende en bedrijvende vorm.

Persoonlijk voornaamwoord hun of hen

Een woord dat naar personen verwijst in plaats van een naam: ik, jij, hij, zij, wij, hen, hun. Een veelgemaakte fout is de verwarring tussen hun en hen: hen gebruik je als lijdend voorwerp of na een voorzetsel (ik zag hen, met hen), hun als meewerkend voorwerp (ik gaf hun een boek). Zie Hun of hen?.

Register taalregister

De mate van formaliteit van een tekst, zoals formeel, zakelijk of informeel. Het register komt tot uitdrukking in woordkeuze, zinsbouw, aanspreekvorm en afkortingen. Een scriptie vraagt een ander register dan een appje. De Toon-aanpassen-tool zet een tekst om van formeel naar zakelijk of informeel, zodat het register bij lezer en doel past.

Samenstelling aan elkaar of los

Een woord dat uit twee of meer woorden bestaat, zoals fietsenstalling of tekstverwerker. In het Nederlands schrijf je samenstellingen in de regel aan elkaar. Loskoppelen, het zogeheten steenkolenengels (zoals "koffie machine"), is onjuist. Bij moeilijk leesbare combinaties of botsende klinkers gebruik je een koppelteken. Zie Aan elkaar of los?.

Schrijfplan outline, opzet

Een overzicht van de opbouw van je tekst voordat je gaat schrijven: de kopjes, de kernpunten per onderdeel en de volgorde. Een schrijfplan helpt om een rode draad te bewaren en niets te vergeten. Voor een scriptie bevat het bijvoorbeeld de inleiding, hoofdstukken en conclusie. Zie Een inleiding schrijven.

Signaalwoord verbindingswoord

Een woord of woordgroep die de samenhang tussen zinnen of alinea’s aangeeft en de lezer door de tekst leidt: bijvoorbeeld omdat, maar, daarom, ten slotte en bovendien. Ze drukken oorzaak, tegenstelling, volgorde of voorbeeld uit. Te veel signaalwoorden maken een tekst stijf, te weinig laten de lezer zoeken. Meer in Signaalwoorden.

Spelling orthografie

De manier waarop woorden volgens de vastgestelde regels worden geschreven, inclusief hoofdletters, leestekens, samenstellingen en trema’s. De officiële Nederlandse spelling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Waar dagelijks gebruik afwijkt, noemt Taaladvies.net de aanbevolen vorm. Typfouten en spelfouten zijn niet hetzelfde: een typfout is een vergissing bij het typen, een spelfout een onjuiste toepassing van de regel.

Stijlfiguur stijlmiddel

Een bewust gekozen taalvorm die een tekst levendiger, nadrukkelijker of mooier maakt, zoals een vergelijking, metafoor, personificatie, hyperbool of alliteratie. Stijlfiguren komen veel voor in literatuur, speeches en reclame. Ze werken alleen als de lezer ze herkent en ze niet te dik worden aangezet. Zie Stijlfiguren in het Nederlands.

Synoniem woord met dezelfde of een bijna gelijke betekenis

Een woord dat dezelfde of bijna dezelfde betekenis heeft als een ander woord, zoals auto en wagen. Volledig uitwisselbare synoniemen bestaan zelden: ze verschillen in register, bijklank of gebruik. Kijk daarom altijd naar de context voordat je een woord vervangt, zeker in formele teksten. Een synoniemenlijst is een hulpmiddel, geen vervanging van je oordeel.

Voetnoot footnote

Een genummerde aantekening onderaan dezelfde pagina, die in de tekst met een klein cijfer wordt aangekondigd. In sommige stijlen, zoals Chicago, staat hier de bronvermelding; in andere dient hij voor een korte toelichting. Een eindnoot doet hetzelfde maar staat achter het hoofdstuk of document. Meer in Voetnoten en eindnoten.

Werkwoordspelling d of dt

De regels voor de uitgang van werkwoorden: -d, -t of -dt. Bij de tegenwoordige tijd hangt de uitgang af van onderwerp en stam: ik word, hij wordt. Bij het voltooid deelwoord kijk je naar de stam: gebeurd, maar gewerkt. Een bekende hulp is de vervangmethode met een sterk werkwoord. Zie D of dt?.

Woordsoort zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord

De categorie waartoe een woord behoort op basis van zijn functie en vorm. Op school leer je onder meer het zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, lidwoord, bijwoord, voorzetsel en voegwoord. Wie de woordsoort kent, kiest de juiste spelling en zinsbouw. Zie Woordsoorten in het Nederlands.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een begrippenlijst en een woordenboek?

Een woordenboek bevat de woordenschat van een taal met betekenissen en spelling. Een begrippenlijst verklaart alleen de termen van één vakgebied, hier schrijven en taal. Voor de officiële spelling raadpleeg je de Woordenlijst Nederlandse Taal op woordenlijst.org.

Mag ik definities van deze pagina citeren?

Ja, met bronvermelding naar de begrippenlijst van AdeptWrite en een link naar deze pagina. Voor schoolwerk of een scriptie raadpleeg je ook een primaire bron, zoals een woordenboek of een handboek.

Hoe worden de definities gemaakt?

Ze zijn met AI-hulp opgesteld volgens schriftelijke richtlijnen en gecontroleerd aan de Woordenlijst Nederlandse Taal en Taaladvies.net, en ze zijn door geautomatiseerde controles gehaald. Meer staat in ons redactiebeleid. Zie je een fout, meld die dan via de contactpagina.