Korte, heldere uitleg van termen die je tegenkomt bij een werkstuk, scriptie, brief of e-mail, elk met een link naar de tool of gids die erbij past.
’t kofschip ’t fokschaap
Een ezelsbruggetje voor de spelling van de verleden tijd van zwakke werkwoorden. Eindigt de stam van het werkwoord op een van de medeklinkers van ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan schrijf je -te of -ten, anders -de of -den. Voorbeelden: je werkte, maar je speelde. Het geldt voor de stam, niet voor het hele woord.
Aanspreekvorm u of je
De manier waarop je de lezer aanspreekt: met u, je of jij. U is beleefd en formeel, bijvoorbeeld in een sollicitatiebrief of een brief van de gemeente. Je is informeler en past bij veel e-mails, websites en teksten voor jongeren. Kies één vorm en houd die vol. Zie U of je?.
Abstract samenvatting van een artikel
Een korte samenvatting van een wetenschappelijk artikel of een scriptie, vaak 150 tot 250 woorden, die vooraan staat. Het noemt de vraag, de methode, de belangrijkste resultaten en de conclusie. Je schrijft het als laatste, in volledige zinnen en zonder verwijzingen, zodat lezers snel kunnen beslissen of het hele stuk relevant is.
AI-checker AI-detector
Een programma dat schat hoe waarschijnlijk het is dat een tekst met AI is geschreven. Het resultaat is een inschatting, geen bewijs: ook tekst van een mens kan als AI worden aangemerkt en omgekeerd. Beslis daarom nooit alleen op een score. Zie Hoe werkt een AI-detector?.
AI-humanizer AI-tekst natuurlijker maken
Een tool die een door AI gemaakt concept herschrijft, zodat het natuurlijker en persoonlijker klinkt. Het doel is beter leesbare tekst, niet het misleiden van een AI-checker. Je controleert zelf of de betekenis klopt en of de tekst bij jou past. Zie AI-tekst menselijker maken.
Alinea paragraaf
Een tekstblok van meerdere zinnen over één gedachte, door een witregel of inspringing gescheiden van de rest. Een goede alinea heeft een kernzin, uitwerking en vaak een afsluitende zin. Hoe lang een alinea moet zijn, hangt van de tekstsoort af; op een scherm werken kortere alinea’s beter. Zie Hoe lang is een alinea?.
APA-stijl APA 7
Een stijlgids voor bronvermelding van de American Psychological Association, in veel hbo- en wo-opleidingen in Nederland en Vlaanderen de standaard. APA werkt met auteur-jaarverwijzingen in de tekst en een alfabetische lijst achteraan. De zevende editie bepaalt hoe je auteurs, jaartallen, titels en doi’s noteert. Lees ook APA 7 in het Nederlands.
Bronnenlijst literatuurlijst
De lijst achter een werkstuk met alle bronnen waarnaar je in de tekst verwijst, meestal alfabetisch op achternaam van de auteur. Elke bron bevat auteur, jaar, titel en publicatiegegevens of een link. Een bronnenlijst bevat alleen wat je citeert; een literatuurlijst kan ook gelezen werk noemen. Zie het verschil.
Bronvermelding citation
Het aangeven waar een citaat, parafrase, cijfer of idee vandaan komt. In de tekst zet je een verwijzing, bijvoorbeeld (Jansen, 2022, p. 14), en achteraan staat de volledige bron in de bronnenlijst. Welke opmaak je gebruikt, bepaalt de opleiding of uitgever; in het hoger onderwijs is dat vaak APA.
Groene Boekje Woordenlijst Nederlandse Taal
De bekende naam van de Woordenlijst Nederlandse Taal, die de Nederlandse Taalunie uitgeeft en die de officiële spelling vastlegt. Overheid en onderwijs in Nederland en Vlaanderen volgen haar. Je kunt de lijst gratis raadplegen op woordenlijst.org. De spellingcontrole van AdeptWrite gebruikt de open OpenTaal-lijst, die tegen de Woordenlijst is getoetst.
Homofoon gelijk klinkend woord
Een woord dat hetzelfde klinkt als een ander woord maar anders is geschreven en een andere betekenis heeft, zoals hart en hard, of bot en bod. Omdat je het verschil niet hoort, herkent een spellingcontrole een verkeerd gekozen woord vaak niet. Lees de zin dus nog eens door op zulke fouten. Zie Homofonen.
Hoofdletter kapitaal
De grote letter waarmee een zin begint en waarmee je eigennamen, zoals Amsterdam of Taalunie, schrijft. Maanden, dagen en windrichtingen krijgen in het Nederlands geen hoofdletter, talen en nationaliteiten wel (Nederlands, Frans, Vlaams). Titels van boeken en artikelen krijgen er alleen één aan het begin. Zie Hoofdletters in het Nederlands.
Kernzin hoofdgedachte van een alinea
De zin waarin de hoofdgedachte van een alinea staat, meestal als eerste of tweede zin. De rest van de alinea werkt die gedachte uit met uitleg, voorbeelden of argumenten. Wie alleen de kernzinnen van een tekst leest, krijgt een goed beeld van het betoog. Een alinea zonder kernzin mist meestal richting.
Koppelteken afbreekstreepje
Het korte streepje (-) dat delen van een woord verbindt, bijvoorbeeld in bijna-ongeluk, Noord-Holland of AI-checker. Je gebruikt het bij samenstellingen met een afkorting, bij botsende klinkers en wanneer de leesbaarheid anders lijdt. Het is iets anders dan het gedachtestreepje, dat langer is en tussen spaties staat. Lees meer in Koppelteken of streepje?.
Leesbaarheid Douma-formule
De mate waarin een lezer een tekst moeiteloos begrijpt. Ze hangt af van woordkeuze, zinslengte en opbouw. Voor het Nederlands gebruikt AdeptWrite de formule van Douma, een aangepaste Flesch-formule. Zo’n score is een richtlijn op basis van woord- en zinslengte, geen oordeel over inhoud of stijl. Kortere zinnen en gangbare woorden verhogen meestal de leesbaarheid.
Leestekens interpunctie
De tekens die een tekst ordenen en de lezer laten weten waar hij moet pauzeren of waar een zin eindigt: punt, komma, puntkomma, dubbele punt, vraagteken, uitroepteken, haakjes en aanhalingstekens. Een komma plaats je niet op gehoor maar volgens regels over bijzinnen en opsommingen. Zie Leestekens: alle regels.
Lidwoord de of het
Het woordje dat voor een zelfstandig naamwoord staat: de, het of een. Het bepaalde lidwoord is de of het, het onbepaalde is een. Of een woord de- of het-woord is, moet je meestal leren; meervouden zijn altijd de-woorden en verkleinwoorden altijd het-woorden. De gids De of het? geeft vuistregels.
Lijdende vorm passieve zin
Een zinsconstructie waarin het onderwerp de handeling ondergaat, met een vorm van worden of zijn en een voltooid deelwoord: "De brief wordt verstuurd." De bedrijvende vorm noemt de uitvoerder als onderwerp: "Het secretariaat verstuurt de brief." Veel lijdende zinnen maken een tekst afstandelijk. Zie Lijdende en bedrijvende vorm.
Parafraseren paraphrasing
Een tekst of gedachte in eigen woorden en met een eigen zinsbouw weergeven, zonder de betekenis te veranderen. Een parafrase is ongeveer even lang als het origineel, een samenvatting is korter. Ook een parafrase vraagt om bronvermelding; zonder bron blijft het plagiaat. Zie de gids Wat is parafraseren?.
Persoonlijk voornaamwoord hun of hen
Een woord dat naar personen verwijst in plaats van een naam: ik, jij, hij, zij, wij, hen, hun. Een veelgemaakte fout is de verwarring tussen hun en hen: hen gebruik je als lijdend voorwerp of na een voorzetsel (ik zag hen, met hen), hun als meewerkend voorwerp (ik gaf hun een boek). Zie Hun of hen?.
Plagiaat plagiarism
Het overnemen van teksten, ideeën of gegevens van een ander en ze presenteren als eigen werk, zonder bron. Dat geldt ook voor letterlijk overgenomen zinnen zonder aanhalingstekens en voor een tekst waarin je alleen een paar woorden hebt vervangen. Onderwijsinstellingen kunnen plagiaat bestraffen. Lees Wat is plagiaat?.
Register taalregister
De mate van formaliteit van een tekst, zoals formeel, zakelijk of informeel. Het register komt tot uitdrukking in woordkeuze, zinsbouw, aanspreekvorm en afkortingen. Een scriptie vraagt een ander register dan een appje. De Toon-aanpassen-tool zet een tekst om van formeel naar zakelijk of informeel, zodat het register bij lezer en doel past.
Samenstelling aan elkaar of los
Een woord dat uit twee of meer woorden bestaat, zoals fietsenstalling of tekstverwerker. In het Nederlands schrijf je samenstellingen in de regel aan elkaar. Loskoppelen, het zogeheten steenkolenengels (zoals "koffie machine"), is onjuist. Bij moeilijk leesbare combinaties of botsende klinkers gebruik je een koppelteken. Zie Aan elkaar of los?.
Samenvatting summary
Een verkorte weergave van een tekst waarin alleen de hoofdzaken staan, in eigen woorden en aanzienlijk korter dan het origineel. Anders dan bij een parafrase laat je details en voorbeelden weg. Je blijft trouw aan de bron en voegt geen eigen oordeel toe. Zie Een samenvatting schrijven.
Schrijfplan outline, opzet
Een overzicht van de opbouw van je tekst voordat je gaat schrijven: de kopjes, de kernpunten per onderdeel en de volgorde. Een schrijfplan helpt om een rode draad te bewaren en niets te vergeten. Voor een scriptie bevat het bijvoorbeeld de inleiding, hoofdstukken en conclusie. Zie Een inleiding schrijven.
Signaalwoord verbindingswoord
Een woord of woordgroep die de samenhang tussen zinnen of alinea’s aangeeft en de lezer door de tekst leidt: bijvoorbeeld omdat, maar, daarom, ten slotte en bovendien. Ze drukken oorzaak, tegenstelling, volgorde of voorbeeld uit. Te veel signaalwoorden maken een tekst stijf, te weinig laten de lezer zoeken. Meer in Signaalwoorden.
Spelling orthografie
De manier waarop woorden volgens de vastgestelde regels worden geschreven, inclusief hoofdletters, leestekens, samenstellingen en trema’s. De officiële Nederlandse spelling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Waar dagelijks gebruik afwijkt, noemt Taaladvies.net de aanbevolen vorm. Typfouten en spelfouten zijn niet hetzelfde: een typfout is een vergissing bij het typen, een spelfout een onjuiste toepassing van de regel.
Stijlfiguur stijlmiddel
Een bewust gekozen taalvorm die een tekst levendiger, nadrukkelijker of mooier maakt, zoals een vergelijking, metafoor, personificatie, hyperbool of alliteratie. Stijlfiguren komen veel voor in literatuur, speeches en reclame. Ze werken alleen als de lezer ze herkent en ze niet te dik worden aangezet. Zie Stijlfiguren in het Nederlands.
Synoniem woord met dezelfde of een bijna gelijke betekenis
Een woord dat dezelfde of bijna dezelfde betekenis heeft als een ander woord, zoals auto en wagen. Volledig uitwisselbare synoniemen bestaan zelden: ze verschillen in register, bijklank of gebruik. Kijk daarom altijd naar de context voordat je een woord vervangt, zeker in formele teksten. Een synoniemenlijst is een hulpmiddel, geen vervanging van je oordeel.
Voetnoot footnote
Een genummerde aantekening onderaan dezelfde pagina, die in de tekst met een klein cijfer wordt aangekondigd. In sommige stijlen, zoals Chicago, staat hier de bronvermelding; in andere dient hij voor een korte toelichting. Een eindnoot doet hetzelfde maar staat achter het hoofdstuk of document. Meer in Voetnoten en eindnoten.
Werkwoordspelling d of dt
De regels voor de uitgang van werkwoorden: -d, -t of -dt. Bij de tegenwoordige tijd hangt de uitgang af van onderwerp en stam: ik word, hij wordt. Bij het voltooid deelwoord kijk je naar de stam: gebeurd, maar gewerkt. Een bekende hulp is de vervangmethode met een sterk werkwoord. Zie D of dt?.
Woordsoort zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord
De categorie waartoe een woord behoort op basis van zijn functie en vorm. Op school leer je onder meer het zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord, lidwoord, bijwoord, voorzetsel en voegwoord. Wie de woordsoort kent, kiest de juiste spelling en zinsbouw. Zie Woordsoorten in het Nederlands.