Hun of hen? Zo gebruik je het goed, met trucs en oefenzinnen
Gebruik hen na een voorzetsel (met hen, voor hen) en als lijdend voorwerp (ik zie hen). Gebruik hun als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel (ik geef hun het boek) en als bezit (hun huis). Als onderwerp gebruik je zij of ze, nooit hun of hen. In spreektaal en informele mail is ze een veilige keuze.
Het korte antwoord
Hun en hen zijn allebei persoonlijke voornaamwoorden voor een groep mensen, maar ze hebben een verschillende taak. De kern in vier regels:
- Na een voorzetsel: hen. Met hen, voor hen, aan hen, over hen.
- Lijdend voorwerp (wie of wat wordt er gezien, gehoord, gebeld?): hen. Ik zie hen. Wij bellen hen morgen.
- Meewerkend voorwerp zonder voorzetsel (aan wie wordt het gegeven, verteld, gestuurd?): hun. Ik geef hun het boek. Hij stuurt hun een mail.
- Bezit, vóór een zelfstandig naamwoord: hun. Hun huis, hun mening, hun vergadering.
Als onderwerp gebruik je geen van beide: dat is zij of ze. "Hun hebben het gedaan" is fout; het is "Zij hebben het gedaan".
Deze regels volgen de Taalunie, de organisatie die de officiële Nederlandse spelling en grammatica vastlegt. Ze gelden in Nederland en in Vlaanderen.
Waarom struikelen zo veel mensen hierover?
In de spreektaal, vooral in het westen van Nederland, zeggen veel mensen hun waar je in correct Nederlands zij of ze schrijft: "hun gaan weg". Dat komt omdat hun en hen in de uitspraak dicht bij elkaar liggen en je het verschil nauwelijks hoort. Op school leer je de regel vaak als ezelsbruggetje, en dan komt de spreektaal er weer overheen.
Voor je lezer maakt het uit. In een sollicitatiebrief, een scriptie of een mail aan een klant wordt een verkeerd gebruikt hun of hen sneller opgemerkt dan een typfout. Het goed gebruiken laat zien dat je zorgvuldig schrijft.
Hun en hen in een tabel
| Functie in de zin | Vorm | Fout | Goed |
|---|---|---|---|
| Onderwerp | zij / ze | Hun komen morgen. | Zij komen morgen. |
| Lijdend voorwerp | hen | Ik zie hun staan. | Ik zie hen staan. |
| Na voorzetsel | hen | Ik ga met hun naar het station. | Ik ga met hen naar het station. |
| Meewerkend voorwerp (zonder voorzetsel) | hun | De docent gaf hen een cijfer. | De docent gaf hun een cijfer. |
| Bezit | hun | Hen huis is groot. | Hun huis is groot. |
Het meewerkend voorwerp: hun of aan hen
Een meewerkend voorwerp geeft aan aan wie iets gebeurt. Er zijn twee manieren om het te schrijven, en beide zijn goed:
- Zonder voorzetsel: "Ik stuur hun de offerte."
- Met voorzetsel: "Ik stuur de offerte aan hen."
Valt het woord "aan" weg, dan wordt hen hun. Dit is de grootste valkuil: "Ik stuur hen de offerte" is volgens de standaardregel fout, tenzij hen hier als lijdend voorwerp bedoeld wordt ("Ik stuur hen weg").
Trucs om het snel te controleren
Truc 1: vervang door een ander voornaamwoord
Zoek een voornaamwoord dat je wel voelt. Denk aan ons (wij) of jullie.
- Past "ons" in dezelfde rol? "Hij gaf ons het boek" = meewerkend voorwerp, dus hun: "Hij gaf hun het boek".
- Past "ons" met een voorzetsel? "Hij sprak met ons" = hen: "Hij sprak met hen".
Bij bezit kun je "zijn" of "haar" proberen: "hun huis" past bij "zijn huis".
Truc 2: stel de vraag "aan wie?"
Beantwoord je de vraag aan wie gaf/stuurde/vertelde hij het? Dan is het een meewerkend voorwerp: hun (of aan hen). Beantwoord je de vraag wie of wat zie/hoor/bel je? Dan is het een lijdend voorwerp: hen.
Truc 3: vervang door enkelvoud
Zet de groep om in één persoon en kijk of je hem of haar met een voorzetsel kunt zeggen. "Ik geef de kinderen het boek" wordt "Ik geef het kind het boek": een meewerkend voorwerp, dus hun. "Ik zie de kinderen" wordt "Ik zie het kind": een lijdend voorwerp, dus hen. De truc werkt alleen goed samen met de vraag "aan wie?".
Truc 4: gebruik ze als je het niet zeker weet
Het voornaamwoord ze is toegestaan voor zowel onderwerp als voorwerp: "Ik zie ze", "Ik geef ze het boek", "Met ze gaat het goed". In informele mail en gesprekken is dat prima, ook volgens de Taalunie. In formele tekst blijft hen/hun netter.
Voorbeelden uit krant en mail
Hieronder staan eigen voorbeeldzinnen in de stijl van een krant of een zakelijke mail. De zinnen zijn verzonnen; het gaat om het patroon.
| Fout | Goed | Uitleg |
|---|---|---|
| De gemeente heeft hun geïnformeerd over de verbouwing. | De gemeente heeft hen geïnformeerd over de verbouwing. | Hen is hier lijdend voorwerp (wie wordt geïnformeerd?). |
| De gemeente heeft hen een brief gestuurd. | De gemeente heeft hun een brief gestuurd. | Aan wie is de brief gestuurd? Meewerkend voorwerp: hun. |
| Wij bedanken hun voor de snelle reactie. | Wij bedanken hen voor de snelle reactie. | Bedanken heeft een lijdend voorwerp: wie bedanken we? Hen. |
| Wij sturen hen binnenkort de factuur. | Wij sturen hun binnenkort de factuur. | Aan wie? Meewerkend voorwerp: hun. |
| De studenten en hen docent zijn tevreden. | De studenten en hun docent zijn tevreden. | Bezit: hun docent. |
| Hun zijn bij de vergadering aanwezig. | Zij zijn bij de vergadering aanwezig. | Onderwerp: zij. |
Het werkwoord bepaalt het voorwerp
Niet elk werkwoord kiest hetzelfde voorwerp. Een paar werkwoorden waar het vaak misgaat:
- Bedanken: lijdend voorwerp, dus hen. "Ik bedank hen."
- Helpen: lijdend voorwerp, dus hen. "Wij helpen hen."
- Vragen (iemand iets vragen): meewerkend, dus hun. "Ik vraag hun een gunst."
- Vertellen, geven, sturen, schrijven, tonen: meewerkend zonder voorzetsel, dus hun.
- Volgen: lijdend, dus hen.
Staat je werkwoord niet in dit lijstje? Zoek het op in de Woordenlijst of lees Taaladvies.net van de Taalunie. Bij twijfel schrijf je een voorzetsel (aan hen, voor hen) of gebruik je ze.
Hun en hen bij dieren en zaken
De Taalunie adviseert hen en hun vooral voor personen. Bij dieren en zaken gebruik je liever ze of een voorzetselvoorwerp: "Ik zie ze", "Ik denk eraan". "Ik geef hun water" over koeien klinkt stijf; "Ik geef ze water" is normaal. Zo lees je ook in krantenberichten over bedrijven en organisaties: "Het bedrijf en zijn werknemers" in plaats van "het bedrijf en hun werknemers" als het bedrijf enkelvoud is.
Hun, hen of zij in lange zinnen
In lange zinnen staat het voornaamwoord soms ver van het werkwoord. Haal dan eerst alles weg wat er niet toe doet. "Het bestuur heeft de bewoners die al jaren klagen over het lawaai gisteren eindelijk een brief gestuurd" wordt zonder bijzin: "Het bestuur heeft de bewoners een brief gestuurd". Aan wie is de brief gestuurd? Meewerkend voorwerp: schrijf je het voornaamwoord, dan is dat hun ("een brief gestuurd aan hen" kan ook).
Let ook op zinnen met en. "Zij en hun collega's zijn uitgenodigd" is goed (onderwerp + bezit). "Hen en hun collega's zijn uitgenodigd" is fout, omdat het onderwerp zij moet zijn.
Veelgemaakte fouten
- Hun als onderwerp. "Hun weten het niet" is fout; schrijf zij of ze.
- Hen als bezit. "Hen auto" bestaat niet; het is hun auto.
- Hen als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel. "Ik gaf hen de sleutel" is volgens de standaardregel fout; het is "Ik gaf hun de sleutel" of "Ik gaf de sleutel aan hen".
- Hun na een voorzetsel. "Met hun" en "voor hun" zijn fout; schrijf met hen en voor hen.
- Hun in plaats van hen bij een lijdend voorwerp. "Ik zie hun" is fout.
- Hun en hen door de hele tekst op gevoel kiezen. Pas één keer de vraag "aan wie?" toe en je weet de keuze per zin.
Oefenzinnen met antwoorden
Vul hun, hen, zij of ze in (kies de formele variant).
- De directie heeft ... een mail gestuurd over de nieuwe regels.
- Ik heb gisteren met ... gebeld over de afspraak.
- ... huis staat al een jaar te koop.
- Wij bedanken ... voor hun inzet.
- ... komen om 14.00 uur aan op het station.
- De docent heeft ... het cijfer persoonlijk uitgelegd.
- Mijn collega's vertrouwen ... en daarom delen ze alles.
- Aan ... heb ik de uitnodiging niet gestuurd.
Antwoorden
- hun (aan wie? meewerkend voorwerp)
- hen (na voorzetsel met)
- Hun (bezit)
- hen (wie bedanken we? lijdend voorwerp)
- Zij (onderwerp)
- hun (aan wie? meewerkend voorwerp)
- hen (wie vertrouwen ze? lijdend voorwerp; de zin gaat over anderen)
- hen (na voorzetsel aan)
Zo gebruik je AdeptWrite hierbij
De spellingcontrole vergelijkt je woorden met de open OpenTaal-woordenlijst, direct in je browser. Dat vangt typfouten, maar hun en hen staan allebei in de woordenlijst. Een woordenlijst kan dus niet zien of je de juiste vorm in de zin hebt gekozen.
De grammaticachecker gebruikt AI en leest de hele zin. Hij kan een verkeerd gebruikt hun of hen soms signaleren, maar je moet elke suggestie zelf beoordelen. Een AI-uitkomst is geen garantie. De regels in deze gids en de Taalunie blijven leidend. Met toon aanpassen kun je een tekst formeler of informeler maken; controleer daarna of de voornaamwoorden nog kloppen.
Waar controleer je het officieel?
De Taalunie is de gezaghebbende bron. Op Taaladvies.net vind je advies over hun en hen en over andere twijfelgevallen. Woorden zoek je op in de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) via woordenlijst.org. Beide sites zijn gecontroleerd op 2026-11-01. De regels staan in de actuele online versie; kijk daar bij twijfel.
Meer lezen? Zie spellingregels van het Nederlands, veelgemaakte spelfouten en d of dt bij werkwoorden.
Probeer de tools
Veelgestelde vragen
Wanneer gebruik je hen en wanneer hun?
Gebruik hen na een voorzetsel (met hen, voor hen) en als lijdend voorwerp (ik zie hen). Gebruik hun als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel (ik geef hun het boek) en als bezit (hun huis). Als onderwerp gebruik je zij of ze, nooit hun of hen.
Is "ik geef hen het boek" fout?
Volgens de standaardregel wel: een meewerkend voorwerp zonder voorzetsel is hun, dus "ik geef hun het boek". Met een voorzetsel is hen goed: "ik geef het boek aan hen". In spreektaal en informele mail kun je ook ze gebruiken: "ik geef ze het boek".
Mag je ze gebruiken in plaats van hun of hen?
Ja. Ze is een gewone, toegestane vorm voor zowel onderwerp als voorwerp: ik zie ze, ik geef ze het boek. In formele teksten, zoals een sollicitatiebrief of een scriptie, kiezen schrijvers vaak toch hen of hun, maar ze is niet fout.
Ziet de spellingcontrole of ik hun en hen goed gebruik?
Niet betrouwbaar. De spellingcontrole werkt met een woordenlijst en hun en hen staan er allebei in. De grammaticachecker gebruikt AI en kan zulke fouten soms signaleren, maar controleer elke suggestie zelf aan de hand van de regels in deze gids.
Verwante gidsen
- Spellingregels van het Nederlands: het complete overzicht met voorbeelden — De officiële Nederlandse spelling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie, het Groene Boekje, voor Ned…
- Veelgemaakte spelfouten in het Nederlands (met uitleg en voorbeelden) — De meeste Nederlandse spelfouten draaien om een handvol verwarde paren: hij wordt of word, groter dan of als, hun of zij…
- D of dt? Zo schrijf je werkwoorden goed (met ezelsbruggetje) — Bij werkwoorden schrijf je in de tegenwoordige tijd de stam plus een t bij hij, zij, het en je (als je voor het werkwoor…
- Aan elkaar of los schrijven? Zo schrijf je samenstellingen goed in het Nederlands — Een samenstelling schrijf je in het Nederlands in principe aan elkaar: eiwit, boekenkast, koffiezetapparaat. Losse delen…